Jorwert bruist na oorverdovende stilte


Jorwert - Alsof er een ster naar beneden is gevallen. Zo sterk is het licht dat het dorp Jorwert beschijnt in het nachtelijke duister van het Friese platteland. De enige lichtjes die in de verre omtrek om vier uur in de morgen ook te ontwaren zijn, zijn die van auto’s die langs smalle landweggetjes koers zetten naar het dorp. Op dit tijdstip ligt alles nog in diepe rust. Behalve in Jorwert. Daar maakt men zich op voor het concert dat straks om twintig voor vijf zal beginnen en om zeven minuten over vijf zijn hoogtepunt zal bereiken. Daarmee herdenkt de Jorwerter gemeenschap dat precies op dat tijdstip, op 23 augustus 1951, de toren met donderend geraas naar beneden kwam. Het is nog stil, maar in het schijnsel van de fakkels en de vuurkorven die naar de notaristûn leiden, zwelt het geroezemoes aan. Enkele honderden genodigden, oud-medewerkers en medewerkers van het iepenloftspul, lopen al rond met een bakje koffie in afwachting van wat er staat te gebeuren. Het iepenloftspul van Jorwert bestaat vijftig jaar en dit jubileum werd gevierd met het herdenkingsconcert, maar ook met de uitgave van een jubileumboek en de onthulling van een beeld. Het stond zaterdag allemaal vanaf de nachtelijke uurtjes tot ver na zonsopgang op het programma. ,,Ik wou dat ik bijna dood was’’, verzucht een inwoner van het dorp na afloop van het concert. ,,Deze muziek, deze tonen, die violen, prachtig; dat wil ik op mijn begrafenis.’’ Zijn uitspraak vertolkt aardig de sfeer die het muziekstuk van Cees Bijlstra oproept. Vrijwel iedereen wordt in vervoering gebracht door het spannende, maar ook melancholieke karakter van zijn Foar nei de stilte : de slagen in de eerste scène, Iere moarn , de vertrouwde klank van de klokken die elke ochtend gewoon luiden. Precies om vijf uur valt het muziekstuk stil en laten de echte torenklokken zich horen. Maar ergens begint de aarde te grommen, wrikken de stenen zich los, perst de voeg zich ertussen uit, klaagt de fundering over het niet te torsen gewicht. De explosie vindt exact om zeven minuten over vijf plaats; langs de tribunes raast een donder van geluid en even kijk je onwillekeurig richting de toren of hij er nog staat. In het weiland achter de kerk van Jorwert wordt het reüniefeestje verder gevierd. Met zicht op de toren heft het publiek, zittend aan tafeltjes op het land, het glas op de jubilaris. Het Wiltsje fan Peasens, ontstaan na afloop van het iepenloftspul in het naburige café, speelt als vanouds en de froulju zingen zoals altijd weer uit volle borst mee. Alleen de berenburg ontbreekt; daarvoor in de plaats is er gebakken roerei met spek, broodjes, koffie en jus d’orange. De jubileumboeken worden door de bestellers opgehaald en zo sjouwt vrijwel het voltallige publiek met een witte envelop met daarin het jubileumboek. Inmiddels is de zon opgekomen en gaat nu met kracht schijnen over het pleintje voor het café. Daar wordt een beeld onthuld van Hanneke Roelofsen en mag Gais Meinsma, als oudste iepenloftbestuurder, het beeld ‘zegenen’. Bij de kostuumexpositie in de kerk zien we de gedenksteen boven bij de torenmuur, als dankzegging aan de ruim tachtigjarige dominee W. Verstoep, die dit hele feest met vreugde aanschouwt (,,ja, en vanavond ga ik naar de voorstelling en morgen naar de kerk en dan ga ik drie dagen rusten’’).




Friesch Dagblad -